Het VDI 2198-typeblad lezen: zo vergelijkt u heftrucks eerlijk

Specificatietabel volgens VDI 2198 van een Hyundai elektrische heftruck

Achterin vrijwel elke heftruckbrochure staat dezelfde tabel: vier of vijf kolommen met tientallen genummerde regels. Dat is het typeblad volgens VDI 2198, een Duitse richtlijn die voorschrijft welke gegevens een fabrikant opgeeft en in welke volgorde. Omdat bijna alle fabrikanten hem gebruiken, kunt u twee merken regel voor regel naast elkaar leggen — mits u weet wat er in die regels staat.

Dat laatste is het probleem. De tabel oogt volledig, maar elke opgave geldt bij één specifieke configuratie, en een verkoper die twee typebladen naast elkaar legt kiest zelden dezelfde. Hieronder staat per blok wat er te halen valt.

Blok 1: kenmerken

De eerste regels lijken formaliteiten en bevatten het belangrijkste getal van het hele blad.

  • 1.5 (Q) nominaal hefvermogen — het getal dat in de modelnaam zit. Een 50B-X heft 5.000 kg.
  • 1.6 (c) lastzwaartepunt — en hier zit de voorwaarde. Die 5.000 kg geldt bij een lastzwaartepunt van 600 mm. Ligt het zwaartepunt van úw last verder naar voren, dan heft de truck minder. In de Hyundai B-X-serie staat bij de 55B-X bijvoorbeeld 500 mm en bij de andere drie 600 mm; wie alleen naar het hefvermogen kijkt, vergelijkt dan appels met peren.
  • 1.8 (x) lastafstand en 1.10 (y) wielbasis — bepalen samen hoe stabiel de truck is en hoe hij draait.

Blok 2: gewichten

Drie regels die u nodig heeft zodra uw vloer, laadkuil of kade ter sprake komt.

  • 2.1 eigen gewicht — bij een 5-tonner al ruim 7 ton.
  • 2.2 asdruk beladen, voor / achter — en dat is de regel die echt telt. Bij een 50B-X staat er 10.768 kg voor en 1.478 kg achter: bijna 88 procent van het totaalgewicht drukt op de vooras.
  • 2.3 asdruk onbeladen — dan kantelt het beeld om en staat het grootste deel juist achter.

Hoe u die getallen tegen uw vloer afzet staat in draagt mijn vloer deze heftruck.

Blok 3: banden en onderstel

Regel 3.1 geeft de bandensoort (superelastisch, lucht of polyurethaan), 3.2 en 3.3 de maten voor en achter, 3.5 het aantal wielen met een x bij de aangedreven wielen, en 3.6 en 3.7 de spoorbreedte. Let op regel 3.5: een uitvoering met vier wielen vóór in plaats van twee verdeelt hetzelfde gewicht over meer contactvlak — dat scheelt op een gevoelige vloer, maar maakt de truck breder.

Blok 4: afmetingen

Het langste blok, en het blok waar de meeste aankopen op stuklopen.

  • 4.2 (h1) hoogte mast ingeschoven — de maat die bepaalt of u onder uw deur, sprinkler of container door kunt.
  • 4.3 (h2) vrije hef — hoe hoog de vorken komen vóórdat de mast uitschuift. Zonder vrije hef kunt u niet in een vrachtwagen of zeecontainer werken.
  • 4.4 (h3) hefhoogte en 4.5 (h4) hoogte mast uitgeschoven — die tweede vergeet men, en dat is de maat die tegen het dak komt.
  • 4.19 (l1) totale lengte en 4.20 (l2) lengte tot de vorkrug — het verschil ertussen is de vorklengte.
  • 4.21 (b1) totale breedte, 4.22 de vorkafmetingen volgens DIN ISO 2331 en 4.23 de klasse van het vorkenbord volgens ISO 2328 — die klasse bepaalt welke aanbouwdelen erop passen.
  • 4.31 (m1) en 4.32 (m2) vrije hoogte — bij een drempel of een laadklep is dit de maat die telt.
  • 4.34 (Ast) werkgangbreedte — meestal in twee varianten: bij een pallet van 1.000 × 1.200 mm dwars en bij 800 × 1.200 mm. Lees welke variant u voor zich heeft: ze verschillen doorgaans 200 mm.
  • 4.35 (Wa) draaicirkel — de buitenste straal bij volledig indraaien.

Ast is geen gangpadbreedte: het is een rekenkundige maat zonder marge voor overhangende pallets of menselijke speling. Reken er circa 200 mm bij op; zie gangpadbreedte berekenen.

Blok 5: prestaties

5.1 rijsnelheid en 5.2 hefsnelheid staan altijd als beladen / onbeladen — en juist bij hefsnelheid is het verschil groot. 5.6 trekkracht en 5.8 klimvermogen zeggen wat de truck op een helling doet; 5.8 staat in procenten en ook weer beladen / onbeladen. Een klimvermogen van 33,9 procent beladen betekent niet dat u die helling de hele dag op kunt rijden, alleen dat hij hem haalt.

Blok 6: aandrijving en accu

  • 6.1 rijmotorvermogen S2 60 min — het vermogen dat de motor een uur lang volhoudt, niet de piek.
  • 6.2 hefmotorvermogen S3 15% — bij een inschakelduur van 15 procent, want een hefmotor draait met tussenpozen.
  • 6.4 accuspanning en nominale capaciteit K5 — die K5 is de capaciteit bij vijf uur ontlading. Bij een zwaardere belasting haalt een loodzuuraccu die capaciteit niet; dat is geen fout in de opgave maar een eigenschap van lood.
  • 6.5 accugewicht — telt mee als contragewicht. Een lichtere accu in dezelfde truck kan de stabiliteit veranderen.

Blok 8 en 10: overige gegevens

Hier staan onder meer 8.1 het type aandrijfregeling, 8.11 de bedrijfsrem, 10.1 de werkdruk voor hydrauliek en aanbouwdelen, 10.2 het oliedebiet voor aanbouwdelen en 10.7 het geluidsniveau bij het oor van de bestuurder volgens DIN 12053. Die laatste twee worden zelden gelezen en zijn allebei relevant: te weinig oliedebiet maakt een klem of rotator traag, en een verschil van 5 dB(A) is voor een chauffeur die acht uur zit geen detail.

Zo legt u twee typebladen eerlijk naast elkaar

  1. Controleer eerst 1.6: hebben beide bladen hetzelfde lastzwaartepunt? Zo niet, vraag om de opgave bij úw waarde.
  2. Controleer 4.34: staat de Ast bij dezelfde palletmaat en dezelfde oriëntatie?
  3. Controleer 3.1 en 3.5: dezelfde bandensoort en hetzelfde aantal wielen? Dat verandert breedte, gewicht en comfort.
  4. Controleer 4.4: dezelfde mast? Een typeblad geldt bij één masttype; bij een hogere mast daalt de restcapaciteit.
  5. Vraag bij beide leveranciers het capaciteitsdiagram op bij uw hefhoogte, uw lastzwaartepunt en uw aanbouwdeel. Dat diagram is geen onderdeel van VDI 2198 en juist daar zitten de verschillen tussen merken.

Wij geven de belangrijkste VDI-waarden per model op de productpagina, inclusief werkgangbreedte, asdruk en verbruik — alle 34 modellen op één pagina. Staat de waarde die u zoekt er niet bij, vraag hem dan op; wij lezen hem uit hetzelfde typeblad als u.

Veelgestelde vragen

Wat betekent Ast op een typeblad?

De rekenkundige werkgangbreedte bij één palletmaat en één oriëntatie, zonder marge. Uw werkbare gangpad is de Ast plus circa 200 mm, gemeten tussen de delen die er werkelijk uitsteken. Let op welke variant er staat: 1.000 × 1.200 mm dwars en 800 × 1.200 mm schelen doorgaans 200 mm.

Waarom staat het hefvermogen bij 500 of 600 mm?

Dat is het lastzwaartepunt (regel 1.6) waarbij de opgave geldt. Ligt het zwaartepunt van uw last verder naar voren, dan daalt de capaciteit. Vergelijk daarom nooit twee typebladen met verschillende waarden op regel 1.6 zonder om de opgave bij uw eigen waarde te vragen.

Staat de restcapaciteit op het typeblad?

Nee. Het typeblad geeft de nominale capaciteit bij één lastzwaartepunt en één mast. De restcapaciteit bij uw hefhoogte, uw zwaartepunt en uw aanbouwdeel staat in het capaciteitsdiagram; vraag dat apart op, want juist daar lopen merken uiteen.

Wat is K5 bij de accucapaciteit?

De nominale capaciteit bij een ontlading over vijf uur. Trekt u meer stroom, dan levert een loodzuuraccu minder dan die nominale waarde — dat heet het Peukert-effect en is een eigenschap van lood, geen fout in de opgave. Lithium-ion is daar veel minder gevoelig voor.

Een model doorrekenen voor uw situatie?

Geef uw zwaarste last, hefhoogte en draaiuren door — reactie binnen 24 uur.

Terug naar de kennisbank